> Mobiliteitsindicator
De Mobiliteitsindicator is ontwikkeld om in kaart te brengen in welke mate iemand zich op dit moment op de arbeidsmarkt oriënteert of beweegt en in hoeverre iemand zich gebonden voelt aan zijn huidige werk.
Toepassingsgebied
Het HRM-werkveld. De vragenlijst wordt voornamelijk ingezet bij loopbaanadvisering en bij onderzoek naar de mobiliteit van werknemers. Daarnaast is de vragenlijst bruikbaar bij reïntegratie en outplacement, om inzicht te krijgen in de facetten die bijdragen aan de motivatie van kandidaten.
Theoretische achtergrond
Een te lage of te hoge mobiliteit kan voor organisaties problemen opleveren. Een te lage mobiliteit kan er voor zorgen dat een organisatie minder wendbaar wordt, het is niet goed mogelijk om te vernieuwen. Bij een te hoge mobiliteit dreigt het gevaar dat er te veel kennis uit de organisatie vertrekt. In theorie komt mobiliteit voort uit de balans tussen de binding met de huidige baan en organisatie in relatie tot de aantrekkingskracht van andere alternatieven. De Mobiliteitsindicator is gebaseerd op de veldtheorie van Kurt Lewin en het VIE-model van Vroom. Dit is aangevuld met de schaal Doelhelderheid, vanuit het idee dat alleen heldere doelen kunnen motiveren.
Voorbeeldrapport
|